Afgelopen dinsdag vond Prinsjesdag plaats. Wederom heeft het kabinet allerlei fiscale wijzigingen aangekondigd in het nieuwe belastingplan. Hieronder kun je verschillende wijzigingen uit het belastingplan vinden die wellicht op jou van toepassing kunnen zijn. Naast de wijzigingen uit het belastingplan van afgelopen Prinsjesdag is er tevens een kort stukje opgenomen omtrent de al eerder aangekondigde wijziging van de heffing in box 3.

1. Inkomstenbelasting

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek zal in de komende 10 jaar worden verlaagd. Op dit moment hoeven ZZP’ers geen belasting te betalen over de eerste €7280 aan winst. Vanaf 2020 wordt dit bedrag stapsgewijs in 10 jaar verlaagd naar €5000. De reden van de verlaging is om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen.

Algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting wordt verhoogd. De algemene heffingskorting zal in 2020 €2.711 bedragen en in 2021 €2.801.

Arbeidskorting

Vanaf 2020 zal de arbeidskorting stapsgewijs worden verhoogd (in drie stappen). De maximale arbeidskorting zal in 2020 €3.819 bedragen. Zowel werkgevers als werknemers profiteren hiervan.

Box 2 tarief

Het tarief in box 2 wordt verhoogd naar 26,25 procent. Het box 2-tarief zal in 2021 worden verhoogd naar 26,6 procent.

Box 3

Ondanks dat het box 3 tarief geen maatregel is van dit belastingplan, heeft het kabinet bekendgemaakt dat de heffing in box 3 zal aansluiten bij de werkelijke spaarrente. Dit wordt pas ingevoerd vanaf 2022 en houdt in dat de werkelijke verhouding tussen beleggingen, spaargeld en schulden van de belastingplichtige als uitgangspunt gelden voor de heffing in box 3. Met de nieuwe maatregel wordt er gekeken naar de werkelijke hoeveelheid spaargeld. De werkelijke hoeveelheid spaargeld zal een vooraf vastgestelde forfaitaire rente opleveren en dit zal zoveel mogelijk aansluiten bij de daadwerkelijke spaarrente. De spaarrente wordt belast tegen een tarief van 33 procent. Dit houdt op dit moment in dat er geen heffing plaatsvindt in box 3 over €440.000 spaarvermogen aangezien er sprake is van een lage spaarrente. Hieronder een voorbeeld:

De eerste €400 van het rendement is vrijgesteld van een heffing. Op dit moment is de spaarrente 0.09 procent. Indien je €400.000 aan spaargeld hebt dan is er sprake van een rendement van €360. Deze €360 aan rendement is dus vrijgesteld.

Op het moment dat de spaarrente stijgt is het dus mogelijk dat je boven de drempel uitstijgt.

2. Vennootschapsbelasting

Toptarief vennootschapsbelasting

Tijdens Prinsjesdag 2018 werd bekendgemaakt dat het vennootschapsbelastingtarief voor winsten boven de €200.000 stapsgewijs zouden worden verlaagd van 22,55 procent in 2020 naar 20,5 procent in 2021. Het toptarief wordt echter pas in 2021 verlaagd. Daarnaast blijft de verlaging steken op 21,7 procent. De tariefdaling voor de eerste €200.000 winst blijft hetzelfde. Dit houdt in dat de tariefdaling in 2020 naar 16,5 procent gaat en in 2021 naar 15 procent.

Afschaffing betalingskorting voor de vennootschapsbelasting

Ondernemers kunnen op dit moment onder bepaalde omstandigheden aanspraak maken op korting indien zij de vennootschapsbelasting in één keer voldoen. Een dergelijke betalingskorting wordt afgeschaft per 1 januari 2021.

Aanpassing liquidatieverliesregeling

De aftrekbaarheid van liquidatieverlies zal worden beperkt vanaf 2021. De mogelijkheid om liquidatieverlies af te trekken is vanaf 2021 slechts toegestaan voor belangen van meer dan 25 procent in vennootschappen die gevestigd zijn in de EU/EER. In het geval van een belang in een vennootschap die niet is gevestigd in de EU/EER waarin sprake is van een belang van minder dan 25 procent, maar meer dan 5 procent, blijft een liquidatieverlies aftrekbaar tot een bedrag van maximaal 1 miljoen euro.

Innovatiebox

Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 7 procent naar 9 procent vanaf 1 januari 2021.

3. Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Lening eigen venootschap

Aanmerkelijkbelanghouders die excessief geld lenen bij hun eigen vennootschap zullen vanaf 2022 belasting moeten betalen over die leningen. Het gaat hierbij om lening die uitstijgen boven de €500.000. Onder dit bedrag vallen geen eigenwoningschulden.

4. Wijzigingen voor de auto

Bijtelling privégebruik elektrische auto

Op dit moment bedraagt de bijtelling voor privégebruik van elektrische auto’s 4 procent van de cataloguswaarde voor zover deze niet meer bedraagt dan €50.000. Boven dit bedrag bedraagt de bijtelling 22 procent. In 2020 zal de bijtelling voor elektrische auto’s worden verdubbeld (8 procent) over de eerste €45.000 van de cataloguswaarde. In 2021 zal de bijtelling 12 procent over de eerste €40.000 bedragen. De gewone bijtelling blijft 22 procent. De bijtelling over elektrische auto’s zal blijven stijgen totdat er uiteindelijk in 2026 geen onderscheid meer is tussen gewone en elektrische auto’s van de zaak. De bijtelling op privégebruik van elektrische auto’s volgt uit een maatregel in het Klimaatakkoord.

5. Omzetbelasting

Verlaging btw-tarief voor elektronische uitgaven

Het Nederlandse verlaagde btw-tarief (9 procent) wordt van toepassing op het uitlenen en leveren van e-uitgaven langs elektronische weg.

De kleine ondernemersregeling

De KOR (kleine ondernemingsregeling) gaat veranderen. Het idee is dat ondernemers die niet meer dan €20.000 omzet per jaar maken vrijgesteld worden van het afdragen van btw. Dit zal zorgen voor minder administratieve lasten. Deze regeling zal ook voor stichtingen, verenigingen en BV’s gaan gelden. Op dit moment geldt de kleine ondernemingsregeling slechts voor de eenmanszaak, de maatschap en de vennootschap onder firma (VOF). Indien de belastingdienst je niet automatisch aangemerkt heeft voor deze vrijstelling dien je hier een aanvraag voor te doen. De regeling duurt in beginsel drie jaar.

6. Loonbelasting

Fiets van de zaak

Reizen met de fiets is goed voor het milieu, de gezondheid van de werknemer en onder andere de file-problematiek. De regels met betrekking tot een fiets van de zaak worden een stuk aantrekkelijker. Om dit moment valt de (lease)fiets van de zaak onder de werkkostenregeling. Bovendien moeten op dit moment alle gefietste kilometers geregistreerd worden. Dit zorgt voor een behoorlijke administratieve last. Ook voor de (lease)fiets van de zaak zal binnenkort een vaste bijtelling worden gehanteerd, net zoals bij de auto. Dit houdt in dat 7 procent van de waarde van de adviesprijs van de fiets opgeteld wordt bij het bruto-inkomen. Deze regeling zal gelden voor alle fietsen: racefietsen, elektrische fietsen, bakfietsen en stadsfietsen. De fiets kan gebruikt worden voor zowel privégebruik als woon-werkverkeer. De huidige kilometerregistratie wordt afgeschaft. Deze regeling betekent dat je in de nabije toekomst slechts een euro per maand zal betalen voor je fiets.

Vrijgestelde vergoeding kosten van aanvraag VOG

Er komt een gerichte vrijstelling in de wet waarin staat dat werkgevers de kosten voor een VOG onbelast aan de werknemer kunnen vergoeden. Dit wetsvoorstel zal worden opgenomen in het Belastingplan van 2020.

Producten uit eigen bedrijf

De waardering van branche-eigen producten worden op dit moment gewaardeerd op grond van de verkoopprijs aan derden. Deze waardering kan afwijken van de waarde in het economisch verkeer. Om deze reden wordt de waardering van een branche-eigen product voortaan gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer.