De winstuitkering in structuur verband

De winstuitkering in structuur verband

by Mies Rijperman, March 15, 2019

Veel ondernemers kiezen terecht voor een structuur: een holding met daaronder een werkmaatschappij. Niet geheel onbelangrijk is het om stil te staan bij de winstuitkering, aangezien dit verschilt van de winstuitkering bij een enkele vennootschap. In deze blog wordt uiteengezet hoe de winstuitkering in structuur verband plaats dient te vinden.

Winst in de werkmaatschappij

De structuur holding-werkmaatschappij is aan te raden. Je kunt bijvoorbeeld belangrijke vermogensbestanddelen in de holding stallen, zodat dit wordt afgeschermd van het risico in de werkmaatschappij. Verder zijn er ook fiscale voordelen die in dit artikel zullen worden besproken. De structuur houdt in dat jij als natuurlijk persoon aandeelhouder en bestuurder bent van de holding. De holding is vervolgens aandeelhouder en bestuurder van de werkmaatschappij. Zie hieronder:

In de onderste BV (de werkmaatschappij) wordt de daadwerkelijke onderneming gedreven. Hier wordt omzet gerealiseerd en, na aftrek van de kosten, de uiteindelijke winst uitgekeerd aan de holding. Maar hoe bepaal je die winst en welke belasting wordt hierover geheven?

 

Analyse winstuitkering

Allereerst worden alle kosten van de omzet afgetrokken. Onder deze kosten valt bijvoorbeeld ook de managementfee die de werkmaatschappij aan de holding betaalt. De managementfee is de vergoeding die de holding ontvangt voor werkzaamheden van de bestuurder voor de werkmaatschappij. Dit hangt doorgaans samen met het salaris van de DGA in de holding. Vaak wordt over het hoofd gezien dat er BTW over de managementfee betaald moet worden. Het betreft immers een prestatie van de holding, waar BTW over berekend dient te worden. Hier kan uitsluitend van worden afgezien, wanneer er sprake is van een fiscale eenheid voor de BTW tussen de holding en de werkmaatschappij. Let hierbij op dat de fiscale eenheid voor de omzetbelasting anders is dan die voor de vennootschapsbelasting. Om een fiscale eenheid te vormen voor de omzetbelasting moet er allereerst sprake zijn van financiële verwevenheid. Dit houdt in dat van elk van de ondernemingen meer dan 50% van de aandelen in dezelfde handen is, ‘slechts’ 50% is niet voldoende. Ten tweede moet er sprake zijn van organisatorische verwevenheid, de ondernemingen moeten onder een overkoepelende leiding staan. Ook moet er sprake zijn van economische verwevenheid; de ondernemingen moeten hoofdzakelijk hetzelfde economische doel hebben en een onderneming moet in ieder geval voor 50% aanvullende activiteiten uitoefenen voor de andere onderneming. Tot slot moeten de ondernemingen zelfstandig zijn en in Nederland gevestigd.

Na aftrek van alle kosten houd je onderaan de streep de winst over. Over de winst betaal je vervolgens vennootschapsbelasting.

Winstuitkering naar de holding

Voordat je over kunt gaan op winstuitkering aan de holding moet men eerst vennootschapsbelasting betalen. Het tarief voor de vennootschapsbelasting in 2019 is voor de eerste schijf (winst tot €200.000) 19%. Tot voor kort was dit tarief nog 20%, maar het kabinet heeft het verlaagd met het oog op de verwachte economische groei die ermee gemoeid gaat. Het tarief zal in de komende jaren nog verder stapsgewijs dalen, tot 15% in 2021 . Voor de tweede schijf (winst boven €200.000) is het tarief – net als andere jaren – vastgesteld op 25%. In de toekomst zal het tarief stapsgewijs omlaag worden gebracht naar 22,5%. Over de uitgekeerde winst hoeft in verband met de deelnemingsvrijstelling geen dividendbelasting te worden betaald. De deelnemingsvrijstelling geldt al indien de holding 5% aandelen of meer in de werkmaatschappij houdt. De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat de winst niet dubbel belast wordt. De winstuitkering (dividend) van een werkmaatschappij naar de bovenliggende holding is daarom onbelast. Deze winst wordt vervolgens ook niet opgeteld als belastbare winst bij de holding. Er hoeft dus niet nogmaals vennootschapsbelasting in de holding te worden betaald. Deze is immers al belast in de werkmaatschappij.

Fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) is het ook mogelijk om een fiscale eenheid aan te vragen. De holding en werkmaatschappij worden dan gezien als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting. Dit wordt vaak gebruikt indien er meerdere werkmaatschappijen onder de holding hangen. De winsten van B.V. A kunnen dan worden verrekend met de (opstart)verliezen van B.V. B. Dit kan voordelen opleveren voor de uiteindelijke winstuitkering. Het verrekenen verlaagt de belaste winst en daarmee de te betalen belasting. De voorwaarden voor de fiscale eenheid zijn:

Moedermaatschappij (holding)

  • Minimaal 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij (werkmaatschappij) bezitten.
  • Recht hebben op minimaal 95% van de winst en minimaal 95% van het vermogen van de dochtermaatschappij.
  • Voor minimaal 95% stemrecht in de dochtermaatschappij hebben.
  • Een B.V., N.V., onderlinge waarborgmaatschappij, coöperatie, stichting, of vereniging die optreedt als woningcorporatie zijn, of een buitenlandse rechtsvorm hebben die daarmee vergelijkbaar is.

Dochtermaatschappij (werkmaatschappij)

  • Een B.V. of N.V. zijn, of een buitenlandse rechtsvorm hebben die daarmee vergelijkbaar is

Daarnaast moeten de moeder- en de dochtermaatschappij :

  • Dezelfde boekjaren en winstbepalingen hanteren;
  • Feitelijk gevestigd zijn in Nederland.

Dividenduitkering vanuit de holding naar de aandeelhouder

De dividenduitkering vanuit de werkmaatschappij komt in de holding terecht. Het uitgekeerde dividend is vrijgesteld van dividendbelasting in verband met de deelnemingsvrijstelling.

Vaak bestaat de omzet van de holding enkel uit de verkregen managementfee van de werkmaatschappij. In het geval er een bedrijfspand of bepaalde IP in de holding zit ,waarvoor de werkmaatschappij een licentie fee betaalt, wordt dit ook gezien als omzet. Na aftrek van de kosten, waaronder het salaris van de DGA, blijft de belastbare winst over. Over deze winst wordt weer vennootschapsbelasting betaald. De uitgekeerde winst vanuit de werkmaatschappij valt buiten de belastbare winst in de holding; er hoeft dus niet nogmaals over dit bedrag vennootschapsbelasting te worden betaald.

De winst wordt vervolgens als dividend uitgekeerd aan de aandeelhouder. Op dat moment komt de dividendbelasting om de hoek kijken, deze was immers nog niet afgedragen toen er vanuit de werkmaatschappij naar de holding werd uitgekeerd. De holding dient 15% dividendbelasting in te houden over het dividend dat wordt uitgekeerd. De aandeelhouder geeft vervolgens bij zijn jaaraangifte aan dat er dividend is ontvangen. Op het moment dat de aandeelhouder minimaal 5% van de aandelen bezit, wordt de dividenduitkering belast in box 2, tegen een tarief van 25% (in 2019).Het voordeel is echter wel dat de aandeelhouder de betaalde dividendbelasting mag verrekenen met de verschuldigde box 2 belasting. Effectief betaalt de DGA slechts 25% over het uitgekeerde dividend vanuit de holding.

In 2020 gaat het belastingtarief in box 2 omhoog. Het tarief groeit dan van 25% naar 26,25% en in 2021 wordt het tarief zelfs 26,90%. Hiermee wordt de verlaging van de vennootschapsbelasting gecompenseerd.

Conclusie

Een holdingstructuur kan erg gunstig zijn in verband met de fiscale voordelen. Door de onbelaste winstuitkeringen kan vermogen weer worden geherinvesteerd zonder dat daar eerst dividendbelasting of inkomstenbelasting over betaald hoeft te worden. Dit geldt ook bij verkoop van aandelen. De winst valt onbelast vrij in de holding. Pas wanneer winsten worden uitgekeerd aan de daadwerkelijke natuurlijke personen komt de belastingheffing. Hieronder is een rekenvoorbeeld gegeven om een duidelijk beeld te schetsen hoe de belastingheffing in zijn werk gaat.

Mocht je nog vragen hebben neem dan contact op met ons support team.

Rekenvoorbeeld

 

Werkmaatschappij
Omzet 250.000
Kosten 35.000 -/-
Managementfee 85.000 -/-
Winst 130.000
Vennootschapsbelasting (19%) 24.700 -/-
Onbelaste dividenduitkering aan holding 105.300

 

 

Holding
Omzet (Managentfee) 85.000
Kosten (DGA salaris) 85.000 -/-
Belaste winst 0
Vennootschapsbelasting (19%) 0 -/-
Uitgekeerde winst werkmaatschappij (onbelast) 105.300
Achterblijven winst in holding (voor investeringen) 55.300
Uitkering dividend aan DGA 50.000
Inhouding dividendbelasting (15%) 7.500

 

 

DGA
DGA salaris (belast inkomstenbelasting) 85.000
Uitgekeerd dividend 42.500
Nog te betalen box 2 belasting (25%-15% over 50.000) 12.500 – 7.500 = 5.000
Netto dividenduitkering 37.500

 

Comments are closed.