Switch Language

Next step: de investeerder

Next step: de investeerder

by Thomas Esselink, September 13, 2018

Je bedrijf groeit en bloeit, maar om een grote stap voorwaarts te zetten, heb je meer vermogen nodig. Hoe kom je aan de broodnodige investeringen en op welke wijze organiseer je de investeringsronde zodat je de zeggenschap niet te goedkoop verliest aan een investeerder.

Anno 2018 lijkt je startup er niet meer bij te horen als er niet binnen een paar jaar een investeerder met een zak geld onder zijn arm aan de deur staat te kloppen. Veel internetbedrijven worden voor miljarden euro’s gewaardeerd, zonder dat er ooit een cent winst is gemaakt. Jouw startup bestaat nu enkele jaren en draait keurig zwarte cijfers. Desondanks heeft nog niemand aan jouw kantoordeur geklopt met de mededeling geïnteresseerd te zijn. Hoe kan dat toch?!

Waar veel mensen dromen van het snelle geld, weten veel ondernemers dat enkel met hard werken, nog harder werken en weinig slapen progressie kan worden gemaakt. Toch kan het zomaar gebeuren dat het harde werken wordt beloond en dat er op een dag een investeerder aanklopt die wel interesse heeft in jouw onderneming. Hij wenst een bepaald percentage van de aandelen over te nemen. Het is daarbij van belang om te beoordelen of de geboden prijs realistisch is of dat je voor een schijntje jouw geesteskind (voor een deel) van de hand doet. Voordat je in deze situatie komt, is het nuttig om te weten welke waarderingsmethoden er bestaan.

Helaas, er is geen gouden formule die op alle ondernemingen toepasbaar is en altijd de realistische waarde als uitkomst heeft. Elke investeerder hanteert een unieke methode die is ontwikkeld op basis van – voor de investeerder belangrijke – factoren.

Voordat we de verschillende waarderingsmethoden bespreken, kijken we naar wat een onderneming zijn waarde geeft: de goodwill.

Goodwill

Een heel basale uitleg van goodwill is ‘wat een gek ervoor geeft’. Vanuit een economische hoek kan goodwill worden verdeeld in persoonlijke goodwill en bedrijfsgoodwill. Persoonlijke goodwill wordt gelieerd aan de eigenaar/bestuurder van de onderneming.

Neem het voorbeeld van een consultant zonder personeel. De consultant heeft jarenlang hard gewerkt aan een vaste klantenkring maar besluit nu toch zijn onderneming over te dragen aan iemand anders. Echter een groot deel van de klantenkring heeft een persoonlijke band met de consultant en stapt over naar een andere adviseur nadat de onderneming is overgedragen.

Dit versimpelde voorbeeld laat zien dat de waarde van het bedrijf gerelateerd is aan de ondernemer en niet aan de onderneming. De onderneming heeft daarom weinig waarde voor een derde om over te nemen.

Bedrijfsgoodwill is daar in tegen wel gekoppeld aan de onderneming en daardoor wel interessant voor een investeerder in te investeren. Bedrijfsgoodwill kan bestaan uit waardevolle portefeuilles, octrooien, patenten of specifieke ‘knowhow’ die interessant zijn voor een bepaalde investeerder.

De manier waarop potentiële investeerders jouw bedrijf waarderen, verschilt erg in de praktijk. Hieronder vind je een aantal verschillende manieren voor het bepalen van de waarde van jouw onderneming.

Risicoprofiel

Een ander manier van waardering is op basis van een risicoprofiel. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen low, medium en high risk-profielen. De gewenste return on investment ligt hoger naarmate het risico hoger ligt. Daarbij wordt gekeken naar de huidige waarde ten opzichte van de toekomstige waarde: over vijf jaar, bijvoorbeeld. De huidige waardering dient dan niet boven de 20% te komen.

Het is goed om als ondernemer een idee te hebben wat je bedrijf nou eigenlijk waard is. Hoewel dat een lastige opgave kan zijn, is het erg belangrijk om de cijfers goed inzichtelijk te hebben alvorens je met een geïnteresseerde partij om tafel gaat. Het is dan immers niet ondenkbaar dat je voor te weinig geld wordt afgetroefd door een zakelijke investeerder. Daar staat weer tegenover dat een bedrijf dat zich te hoog in de markt zet niet aantrekkelijk is voor een investeerder omdat er te veel risico aan kleeft. Het wordt dan minder rendabel om in te investeren.

Vuistregels

Naast het gevoel en ervaring is er ook een aantal vuistregels om de waarde te bepalen voor midden- en kleinbedrijven. Deze vuistregels zijn niet limitatief en zijn in alle soorten en maten toepasbaar. Hieronder vind je de vijf meest gebruikte vuistregels:

  • 4 – 6 x de nettowinst;
  • 0,75 – 1,2 x de jaaromzet;
  • 1x de intrinsieke waarde + 2x de nettowinst;
  • 3x EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization);
  • 4x EBIT (Earnings before Interest and Taxes).

Intrinsieke waarde

Een vaak gebruikte waardering van een bedrijf is de waardering op basis van de intrinsieke waarde. Dit betreft de waarde van je eigen onderneming: alle activa minus alle schulden. Het nadeel van deze manier van waardering is dat het slechts een momentopname betreft en geen mogelijkheid biedt om de goodwill en de potentie van de onderneming te berekenen.

Rentabiliteitswaarde

De rentabiliteitswaarde wordt gebruikt om de contante waarde van de verwachte winst te bepalen. Deze methode heeft beter oog voor de toekomst in vergelijking met de waardering op basis van de intrinsieke waarde.

Discounted cashflow (DCF)

De DCF-methode vertegenwoordigt de waarde die een koper maximaal moet betalen of wat een verkoper minimaal moet ontvangen als beiden partijen strikt rationeel zouden handelen. Dit strikt rationeel handelen wordt beïnvloed door vaak externe en subjectieve factoren. De DCF-methode kijkt vooral naar de objectieve factoren, de cashflow. Deze geldstromen worden voor een periode van 3 tot 5 jaar in kaart gebracht op basis van het bedrijfsplan en alle relevante gegevens. De DCF-methode gaat uit van een de toekomstige situatie en is daardoor zeer geschikt als waarderingsmethode. Ook banken kijken op deze manier naar jouw onderneming wanneer er om een maximale schatting voor een lening wordt gevraagd.

Anderen zochten ook naar:

Comments are closed.