De terugkeer van Dragons’ Den op de Nederlandse televisie was in 2020 na 8 jaar afwezigheid een groot succes. Het programma trok meer dan een miljoen kijkers per week. Maar misschien nog wel belangrijker: de vijf Dragons investeerden 4,5 miljoen euro in de verschillende bedrijven. In de eerste week van maart 2021 startte het nieuwe seizoen van het succesvolle programma met Jort Kelder als presentator. In de eerste twee afleveringen werden al verschillende mooie deals beklonken. Veel ondernemers zullen met bovengemiddelde interesse naar het nieuwe seizoen kijken. In deze blogserie behandelen wij verschillende onderwerpen die van belang zijn voor ondernemers die op zoek zijn naar een investering in hun bedrijf. In deze tweede blog behandelen we de waarderingsmethodes voor jouw bedrijf.

Reële waarde

Wanneer je besluit om jouw onderneming voor een deel te verkopen aan een investeerder is het van groot belang dat er een eerlijke prijs wordt betaald. In Dragons’ Den begint elke pitch met de vraagprijs voor de overname van een percentage van het bedrijf. Een simpel voorbeeld: wanneer de ondernemer 10% van de aandelen voor €100.000 wil verkopen, impliceert dit dat de onderneming een waardering van €1 miljoen heeft. In de praktijk zijn de waardering en de uiteindelijke koopprijs echter meestal niet gelijk.

Tijdens het vorige seizoen hebben de snel rekenende dragons meerdere keren vraagtekens geplaatst bij de waarderingen die ondernemers toekenden aan hun eigen bedrijf. Zijn deze waarderingen gebaseerd op erkende methodes of uit de lucht gegrepen? Dat laatste kan een belangrijke reden zijn voor investeerders om af te haken.

Dus hoe bepaal je de reële waarde van jouw onderneming? Helaas, er is geen gouden formule die op alle ondernemingen toepasbaar is en altijd de realistische waarde als uitkomst heeft. In deze blog gaan we in op een aantal bekende waarderingsmethodes.

Goodwill

Bij verschillende waarderingsmethodes is de goodwill van belang. Goodwill is het gedeelte van de marktwaarde dat niet direct gekoppeld is aan activa en passiva. Vanuit een economisch perspectief kan goodwill worden verdeeld in persoonlijke goodwill en bedrijfsgoodwill. Persoonlijke goodwill wordt gelieerd aan de eigenaar/bestuurder van de onderneming.

Neem het voorbeeld van een consultant zonder personeel. De consultant heeft jarenlang hard gewerkt aan een vaste klantenkring maar besluit nu toch zijn onderneming over te dragen aan iemand anders. Echter, een groot deel van de klantenkring heeft een persoonlijke band met de consultant en zal waarschijnlijk overstappen naar een andere adviseur nadat de onderneming is overgedragen.

Dit versimpelde voorbeeld laat zien dat de waarde van dat bedrijf persoonsgebonden is en daarom gerelateerd is aan de ondernemer en niet aan de onderneming. De onderneming heeft in dit voorbeeld weinig waarde voor een derde om over te nemen. Wanneer de goodwill persoonsgebonden is, zullen investeerders daarom meestal zeker willen weten dat die personen ook verbonden blijven aan de onderneming.

Bedrijfsgoodwill is daarentegen wel gekoppeld aan de onderneming, waardoor investeerders geen rekening hoeven te houden met het vertrek van individuele personen. Bedrijfsgoodwill kan bestaan uit waardevolle portefeuilles, intellectueel eigendom, een goede reputatie, uitgebreide klantenkring of specifieke ‘knowhow’ die interessant zijn voor een bepaalde investeerder.

De goodwill kan berekend worden op de volgende manier:

  1. De winst van de laatste 3 jaar vormt het uitgangspunt
  2. Deze wordt gecorrigeerd met buitengewone baten en lasten
  3. Het salaris van de ondernemer wordt hierop in mindering gebracht
  4. De rente op het eigen vermogen wordt afgetrokken van de winst
  5. De overwinst wordt vermenigvuldigd met een factor 2 tot 6, die afhankelijk is van de verwachte winst gebaseerd op de branche, locatie, eigenaar, en verwachte toekomstige ontwikkelingen.

Intrinsieke waarde

Bedrijven worden soms ook gewaardeerd op basis van de intrinsieke waarde. Dit betreft de waarde van je eigen onderneming: alle activa minus alle schulden. Het nadeel van deze manier van waardering is dat het slechts een momentopname betreft en geen rekening houdt met goodwill en toekomstige winst. Daarom gaat de voorkeur in de meeste onderhandelingen uit naar alternatieve methodes.

Rentabiliteitswaarde

Om de contante waarde van de verwachte winst te bepalen wordt de rentabiliteitswaarde gebruikt. Bij deze waardering wordt eerst de winst bepaald op basis van de gemiddelde winst uit het verleden en vervolgens als uitgangspunt gebruikt voor de toekomst. Daarna wordt de winst gedeeld door het beoogde rendement op het eigen vermogen. Deze methode heeft beter oog voor de toekomst in vergelijking met de waardering op basis van de intrinsieke waarde. De methode kent ook verschillende nadelen. Zo wordt het investeringsrisico niet gescheiden van het financieringsrisico en wordt er niet genoeg rekening gehouden met de financieringswijze van de onderneming.

Discounted cashflow (DCF)

De DCF-methode is een populaire methode, omdat er naar de toekomstige vrije kasstromen (“cashflow”) wordt gekeken. De toekomstige kasstromen voor een periode van 3-5 jaar worden berekend en vervolgens wordt berekend welke kosten moeten worden gemaakt om de kasstromen te realiseren. De inkomende cashflow wordt dus verrekend met de uitgaande cashflow, waardoor je de “vrije cashflow” overhoudt. Daarna worden de gemiddelde kosten berekend met de WACC (Weighted Avarage Cost of Capital) methode.

De DCF-methode gaat uit van een de toekomstige situatie en is daardoor zeer geschikt als waarderingsmethode. Ook banken kijken op deze manier naar jouw onderneming wanneer er om een maximale schatting voor een lening wordt gevraagd. Wel is het een complexe waarderingsmethode die veel expertise vergt.

Vuistregels

Tot slot is er ook een aantal vuistregels om de waarde te bepalen voor midden- en kleinbedrijven. Deze vuistregels zijn niet limitatief en zijn in alle soorten en maten toepasbaar. Hieronder vind je de vijf meest gebruikte vuistregels:

  • 4 – 6 x de nettowinst;
  • 0,75 – 1,2 x de jaaromzet;
  • 1x de intrinsieke waarde + 2x de nettowinst;
  • 3x EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization);
  • 4x EBIT (Earnings before Interest and Taxes).

Conclusie:

Zoals uit het bovenstaande blijkt, ligt de bedrijfswaardering niet in beton gegoten. Tijdens onderhandelingen kan er altijd discussie ontstaan over de goodwill en potentie van een onderneming. Dit blijven immers onzekere factoren. Toch zullen de Dragons (net zoals de meeste serieuze investeerders) het snel doorhebben wanneer de waardering uit de lucht gegrepen is. Zorg daarom dat je als ondernemer voorafgaand aan de onderhandelingen in ieder geval kunt verklaren welke methode je hebt gebruikt en hoe je tot de uiteindelijke waardering bent gekomen.