Kennisbank

Hoe werkt de aansprakelijkheid in een stichting?

    Als je bestuurder van een stichting bent gaan je gedachten veelal uit naar het besturen van de stichting en de hoe je de dagelijkse leiding invult. Je zal misschien niet zo snel stilstaan bij de aansprakelijkheid van het bestuur van een stichting. Hiervoor hoef je in beginsel ook niet te vrezen aangezien een stichting rechtspersoonlijkheid bezit, maar het kan toch zo zijn dat je als bestuurder aansprakelijk wordt gesteld. Zo’n aansprakelijkstelling heeft dan te maken met de onbehoorlijke taakvervulling door een bestuurder/het gehele bestuur. In dit artikel lees je meer over de aansprakelijkheid van bestuurders van stichtingen.

    Wat betekent rechtspersoonlijkheid?

    Een stichting bezit rechtspersoonlijkheid. Dit betekent dat een stichting, net als een mens, zelfstandig drager is van rechten en plichten. Een stichting kan bijvoorbeeld zelf contracten aangaan. Rechtspersoonlijkheid brengt met zich dat, indien sprake is van wanprestatie of een faillissement, de stichting zelf aansprakelijk is. De personen achter de stichting zijn dus in beginsel niet aansprakelijk.

    Wanneer is sprake van (on)behoorlijk bestuur?

    Artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek verplicht bestuurders van rechtspersonen (waaronder stichtingen) tot het voeren van een ‘behoorlijk bestuur’. Wat ‘behoorlijk bestuur’ precies inhoudt is lastig te definiëren. De uitwerking van dit begrip vindt plaats in de rechtspraak, ookwel jurisprudentie genoemd. Wel is het mogelijk enkele voorbeelden uiteen te zetten van wat er onder ‘onbehoorlijk bestuur’ valt. Hierbij kan je denken aan:

    • Het niet (tijdig) informeren van toezichthouders over zaken die voor hen van belang zijn;
    • Het aannemen van zwart geld;
    • Het aangaan van verplichtingen met de stichting waarvan de bestuurder weet dat de stichting de verplichting niet zal kunnen nakomen;
    • Het niet aanvragen van een faillissement wanneer duidelijk is dat verplichtingen niet meer kunnen worden nagekomen; of
    • Het niet voldoen aan degelijke administratie/boekhoudplicht;

    Wanneer ben ik als bestuurder aansprakelijk ten opzichte van de stichting?

    Interne aansprakelijkheid ziet op de aansprakelijkheid tegenover de stichting zelf. Bestuurders van een stichting hebben tegenover de rechtspersoon (de stichting) de verplichting om hun taken naar behoren te vervullen. Als een bestuurder of het bestuur hier niet aan voldoet, dan kan de stichting, of de curator in het geval van een faillissement, de bestuurder aansprakelijk stellen op grond van artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek.

    Wanneer ben ik als bestuurder aansprakelijk ten opzichte van derden?

    Aansprakelijkheid van bestuurders ten opzichte van derden wordt ook wel externe aansprakelijkheid genoemd. Een bestuurder van een stichting kan ook onbehoorlijk handelen tegenover derden (crediteurs, subsidieverstrekkers of werknemers). Naast de stichting kan de bestuurder worden aangesproken voor het niet nakomen van een overeenkomst (wanprestatie) of onrechtmatig handelen, ook wel onrechtmatige daad genoemd. Een bestuurders kan hiervoor persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als de bestuurder de schadeveroorzakende handeling had kunnen voorkomen en de bestuurder valt toe te rekenen dat hij dit niet heeft gedaan.

    Hoofdelijke aansprakelijkheid

    Kent de stichting twee of meer bestuurders, dan geldt dat beide bestuurders in beginsel aansprakelijk zijn voor de schulden bij onbehoorlijk bestuur. De curator van de failliete stichting kan ervoor kiezen om één bestuurder voor het geheel aan te spreken, of beide bestuurders voor een deel. Wordt maar één bestuurder aangesproken, dan moet hij de gehele schuld voldoen, maar kan hij wel de tweede bestuurder aanspreken. De tweede bestuurder moet de eerste bestuurder dan weer betalen. Hoofdelijk betekent dus: je kunt worden aangesproken voor de hele mep, terwijl er meerdere schuldigen zijn.

    Slot

    Voordat je je zorgen maakt over eventuele aansprakelijkheid, onthoud dat dit allemaal hoge uitzonderingsgevallen zijn. Als je gewoon normaal je werk doet als bestuurder en geen gekke dingen doet, kun je eigenlijk nooit met je privévermogen aansprakelijk zijn. Het is juist het doel van een rechtspersoon om persoonlijke aansprakelijkheid te voorkomen. Als je maatschappelijke idee bijvoorbeeld niet aanslaat bij het publiek is dit niet jouw schuld en ben je niet privé aansprakelijk! Alleen als je hele gekke dingen doet namens de stichting, die echt niet kunnen, ben je aansprakelijk voor schulden van de stichting.